Phils Verhalen
Bieber breekt uit
Nieuwe celgenoot  
In de Armadillo gevangenis, ver weggestopt in een woestijn in de Verenigde Staten, lag Joseph Skinner op zijn matras en staarde naar de Playboy poster die met tape aan het bovenbed van zijn stapelbed was bevestigd. Hij had zojuist een streepje toegevoegd aan zijn turflijst op de muur. Zo hield hij bij hoeveel dagen hij al vast zat. Elk streepje stond voor een nieuwe dag die hij overleefd had in dit ellendige oord. De lijst gaf hem hoop. Als hij al zo lang zonder grote problemen wist te overleven, dan zou hij het de komende jaren ook volhouden. Hij was al over de helft. Toch waren er nog vele streepjes te gaan, vele dagen waarin er wat mis kon gaan. Hij beleefde elke dag als een dag op zich, totdat het moment zou komen dat hij werd vrijgelaten.  
  Skinner had net een uurtje gesport op de binnenplaats. Normaal duurde de ochtendsessie tot twaalf uur, maar deze morgen moesten de gevangenen al voor elf uur weer terugkeren naar hun cel. Hij was nerveus. Het was al dagen lang onrustig in de Armadillo gevangenis. Skinner wist wat de oorzaak ervan was, vandaag werd namelijk een grote groep nieuwe gevangenen binnen gebracht. Officieël was dit niet bekendgemaakt, maar Lange Egbert had het hem een paar dagen eerder verteld.  
  'De Obama Administration heeft West State Jail wegbezuinigd. De helft van dat schorem wordt deze week hierheen overgeplaatst,' wist Lange Egbert te vertellen. 'Die klote Obama met z’n bezuinigingen. Het is hier al zo propvol. Ik zeg het je Skinner, de pleuris gaat hier binnenkort uitbreken.'  
  Lange Egbert had nog meer informatie te delen: 'Er gaan geruchten dat er een bekend persoon tussen de nieuwelingen zit. Hij komt niet van West State, maar is kort geleden veroordeeld. Ik ben er nog niet achter wie het is, want ze houden het strict geheim. Men zegt dat hij uit de muziekwereld komt. Het zal wel zo'n schietgrage rapper zijn. Die gasten zorgen altijd voor problemen.'  
  Skinner hield niet van dit soort veranderingen. Hij hield van rust en regelmaat want dat gaf de minste kans op conflicten. In de jaren die hij hier zat, had hij alle uithoeken van de gevangenis leren kennen. Hij had geleerd hoe hij met gevaarlijke gevangenen en bewakers moest omgaan en vooral hoe hij ze moest vermijden. Maar met zo'n groep nieuwelingen zou de balans in de gevangenis veranderen en dan wist je maar nooit wat er kon gebeuren. Hij keek naar zijn turflijst op de muur en kreeg een raar gevoel in zijn buik. Hij had het idee dat zijn dagelijkse turf moment binnenkort niet vanzelfsprekend meer zou zijn.  
  Skinner werd uit zijn gedachten opgeschrikt door rumoer op de benedenverdieping. Aan het kenmerkende alarmgeluid hoorde hij dat de centrale deur van het cellenblok werd geopend.  
Hij liep naar de tralies van zijn cel om te zien wat er gaande was.  
  'Daar komt de groep nieuwelingen waar ik je over vertelde,' hoorde Skinner de stem van Lange Egbert vanuit de cel naast hem.  
  
De nieuwe gevangenen werden over de cellen verdeeld. Bewaker Dook leidde twee van hen de trap op naar de galerij van Skinner. Dook was een omvangrijke gestalte met een ouderwetse manier van toezicht houden, waarbij hij geweld niet schuwde. Hij deed Skinner altijd denken aan zijn vroegere buurjongen, een bully die hem jarenlang van zijn zakgeld en lunchpakketje had ontdaan. Dook had een bolle neus die iets omhoog stond, wat gecombineerd met zijn dikke wangen de associatie van een varken opwekte. Maar de laatste persoon die daar iets over had durven zeggen was door Dook hardhandig naar de tandarts gestuurd.    Iedereen op de galerij van Skinner sliep alleen in zijn cel, maar twee personen zouden blijkbaar een celgenoot krijgen. Dook plaatste één van de twee gevangenen in een cel vooraan. Hij liep verder met de ander.  
  'Doorlopen, jij komt bij Skinner in de cel,' riep Dook.  
  Skinner deed een stap naar achteren toen Dook met een tengere jongeman voor zijn celdeur verscheen. 'Hé Skinner, ik heb hier wat voor je. Hij is net droog achter de oren,' grijnsde Dook, terwijl hij het slot opendraaide en de deur opzij schoof.  
  'Krijg de kolere, dikke zeug!' snauwde de jongen terug, waarna hij op de grond spuugde.  
'Laat me los met die vieze vingers van je.'  
  Skinner verwachtte een tirade van Dook, dus hij sprong achteruit terug op zijn bed. De bloedspetters konden elk moment door de lucht vliegen. Maar Dook duwde de jongen slechts beheerst de cel in.  
  'Die praatjes zullen je snel vergaan,' zei Dook lachend. Hij gooide de celdeur weer dicht en liep snel terug de trap af.  
  Skinner kon niet geloven wat hij had gezien. Het ventje dat in zijn cel was geplaatst, klein van stuk, had Dook voor dikke zeug uitgemaakt en bespuugd. En dat was niet bestraft! Geen klappen met de wapenstok, geen bloed, geen isoleercel, Dook had hem alleen rustig in de cel geduwd. Wat was hier aan de hand?   
  Skinner zette zijn bril recht en keek eens goed door zijn dikke jampotglazen naar het ventje. Wie was hij dat hij dit zomaar kon maken? Het was nog een jongeman, hij oogde tenger in zijn te grote oranje overall. Op het eerste gezicht leek hij niet iemand waar je bang voor moest zijn.  
  'Smeerlap, jou krijg ik nog wel!' riep hij nog richting Dook en hij gaf een flinke ram tegen de tralies. Hierna draaide hij zich om. Op zijn onderarmen waren middeleeuwse afbeeldingen getatoëerd. Skinner ontmoette zijn ogen. Ze straalden iets wilds uit, een soort onbevangenheid. Hij had de blik van een jonge terriër. Met zijn uitdagende houding, de wenkbrauwen opgetrokken en borst naar voren, gaf hij de indruk voor de duivel nog niet bang te zijn. Het ventje maakte Skinner met zijn blik duidelijk dat hij niet van zijn nieuwe omgeving onder de indruk was en trok nonchelant zijn schouders op.  
  Skinner kreeg een bijzonder voorgevoel. Deze nieuwe celgenoot ging wat voor hem betekenen. Hij besloot het ijs te breken.  
  'Je hebt wel ballen voor je postuur, ventje. Wat is je naam?'
  Het ventje keek hem aan.  
  'Ik ben geen ventje,' antwoordde hij. 'Mijn naam is Bieber. Justin Bieber'.
 
Introductie  
'Jongeman, ik ben onder de indruk van je entree. Op het eerste gezicht leek het dwaas en onbezonnen, zo'n grote mond opsteken tegen Dook blijft over het algemeen niet ongestraft. Maar om de één of andere reden deed Dook je niets. Ben je soms nog minderjarig, dat hij je zo je gang liet gaan?'  
  Bieber kreeg een klein glimlachje op zijn gezicht.  
  'Bewaker Dook, laat me niet lachen. Die kerel ziet er wel stoer uit, maar ik ken zijn soort. Het is een angsthaas als het erop aankomt. Die Dook moest mij begeleiden vanaf de rechtszaal hier naartoe. Hij wist vantevoren dat het om mij zou gaan. Op het moment dat hij me zag begon hij helemaal te stralen.'  
  'Hij kende je blijkbaar. Zijn jullie familie?'  
  'Familie? Ben je achterlijk ofzo? Hij kent me van de televisie en internet. Zijn dochter bleek een groot fan van mij te zijn. Een echte Belieber. Toen we even met zijn tweeën waren vroeg die kerel me zelfs om een handtekening, hij had al een foto van mij uitgeprint. Voor zijn dochters verjaardag. Mooi niet dus, mijn middelvinger kon hij krijgen. Laat hem eerst maar wat voor mij betekenen, dan krijgt hij daarna wel eens een handtekening.'  
  'Wil je zeggen dat je een beroemdheid bent?' vroeg Skinner.  
  'Je kent me echt niet hè, ouwe knar?' antwoordde Bieber, 'Ik ben wereldberoemd. Ik maak popmuziek en daar ben ik goed in. Hele volksstammen verdringen zich om vooraan te staan bij mijn optredens. M'n grootste hit 'Baby' is twaalf keer platina, alleen al in Amerika.'   Skinner schudde zijn hoofd.  
  'Ik heb hier een hoop onzin gehoord door de jaren heen, maar dit slaat alles. Je bent nog een binkie. Ik ben verbaasd dat ze je hier binnen hebben gelaten.'  
 'Dan geloof je het niet, het zal mij een zorg zijn. Binnen no time ben ik hier weg en rijd ik weer rond in m'n Lamborghini. Jij bent gewoon een wereldvreemde die niets van muziek af weet.'  
  Bieber was op het bovenste bed gekropen en hing nonchalant onderuit, met zijn benen naar beneden bungelend. Skinner vond hem opvallend ontspannen voor iemand die net de gevangenis binnen kwam. De meeste nieuwelingen waren bang en zenuwachtig. Skinner had niet het gevoel dat er kwaad schuilde in deze knul die zichzelf als popster betitelde. Hij was eerder onverschillig, misschien zelfs arrogant.  
 'En of ik wat van muziek afweet,' antwoordde Skinner terwijl hij probeerde verontwaardigd over te komen. 'Ik heb nog een zomer lang met Kool and the Gang​ getourd. Mijn mooiste zomer ooit, wat een tijd! Vertel mij wat over muziek! Ik moet echter bekennen dat ik de commercie van de laatste jaren enigszins aan mij voorbij heb laten gaan. Zeker sinds men hier mijn radiootje heeft afgepakt. Zing anders eens een stukje, dan zal ik zelf wel beoordelen wat je in je mars hebt. Ik herken talent als ik het hoor.'  
  Skinner had verwacht dat de jongen zijn voorstel zou wegwuiven, maar tot zijn verbazing ging hij juist rechtop zitten en begon hij met zijn handen tegen de bedrand te trommelen. Hij zong op rustige toon: 'All I need, is a beauty and a beat...'.  
  Skinner begon met zijn hoofd mee te knikken op de maat. Hij kon zijn enthousiasme niet verbergen: 'Dat klinkt inderdaad verdomde zuiver, jonge vriend!'  
  Op dat moment ging beneden een luide zoemer. De celdeuren in Armadillo konden afzonderlijk worden geopend met een sleutel, maar ook allemaal tegelijk vanuit een centraal paneel. De zoemer kondigde aan wanneer alle deuren centraal geopend werden.  
  Direct kwam Lange Egbert de cel van Skinner en Bieber binnen lopen.  
  'Skinner, heb je een celgenoot gekre- Hé, jij bent dat ventje van de TV, Justin Bieber!' Lange Egbert was oprecht verbaasd.  
  Bieber sprong van het bed, draaide zich om naar Skinner en vroeg: 'Geloof je me nu?'
  'I'll be damned,' mompelde Skinner.  
 'Wat doet de enige echte Justin Bieber hier in dit stinkende gat, tussen de grote mannen?' vroeg Lange Egbert denigrerend, 'Dit is toch geen plaats voor een pretty-boy? Je hoort op MTV liedjes te zingen voor zestienjarige meisjes.'  
  Egbert was geen vechtersbaas, maar hield er wel van om andere gevangenen te onderdrukken en voor zijn karretje te spannen. Daarom probeerde hij nieuwelingen meteen uit te testen, zeker als ze ongevaarlijk oogden. Blijkbaar had hij geen hoge verwachtingen van Bieber.  
  'Je bent trouwens in het echt een stuk kleiner dan op de TV,' ging hij verder.  
  Bieber stapte direct naar Egbert toe. Hij was een ruime kop kleiner, dus hij moest zijn hoofd schuin omhoog doen om hem recht in de ogen te kunnen kijken. Hij antwoordde: 'En de kont van jouw moeder is in het echt een stuk groter. Ik weet niet wie je bent, maar ik mag je niet.'   
  Egbert had zo'n reactie niet verwacht en wilde achteruit stappen, maar hij bedacht zich dat hij zich hier niet kon laten kennen, zeker niet met Skinner erbij.  
  'Niet van die praatjes, knul,' zei hij, maar het was zonder overtuiging.  
  Skinner kwam overeind en stak zijn armen tussen de kemphanen.  
  'Rustig aan, heren. Het is al zwaar genoeg om het in deze erbarmelijke omstandigheden uit te houden, dus laten we onderling vriendelijk blijven. Egbert, als jij nou eens gaat uitzoeken wat voor mensen er nog meer zijn binnengebracht, dan maak ik nog even verder kennis met onze nieuwe metgezel hier.'  
  Egbert was blij dat Skinner hem een kans gaf om zich uit de situatie te redden zonder gezichtsverlies te lijden en vertrok uit de cel. Skinner keerde zich tot Bieber.  
  'Lange Egbert is wel een goeie. Hij kan nogal op je zenuwen werken maar als je iets bijzonders nodig hebt dan is hij degene die dat voor je kan regelen.'  
  'Ik vind hem irritant en ik vertrouw hem niet.'  
  'Je kunt hem beter te vriend houden, is mijn advies. Zijn vraag was overigens terecht, wat brengt een virtuoos, die jij zegt te zijn, hier in Armadillo?'  
  'Ach, ze hebben me gepakt voor rijden onder invloed. Beetje drugsgebruik. Ik heb ook een paar eieren naar de buren gegooid. Ik moest voor de rechter komen vlak voor mijn nieuwe single, Confident, uitkwam. Volgens mij was die rechter omgekocht door Pharell Williams, want die was bang dat ik zijn eerste plek in de hitlijst zou overnemen. Ik ben er gewoon ingeluisd, stelletje fuckers. Maar mijn advocaten werken eraan. Ik betaal die gasten een hoop geld, dus ik verwacht dat ze me hier snel weer uit hebben.'  
  'Je bent me er eentje, Bieber. We gaan even een rondje lopen, ik zal je de gevangenis laten zien. Tot drie uur mogen we vrij rondlopen in de openbare delen. Trek wel je muts ver over je kop, want er lopen genoeg mafketels rond hier die graag een bekende knaap als jij wat aan willen doen. Hoe langer je anoniem blijft, hoe beter. Niet iedereen heeft een dochter thuis die, hoe noemde je dat, Belieber, is.'  
  Bieber deed z'n muts op. Zijn bedachtzame ogen waren nog net zichtbaar onder de grijze wol. Achter Skinner aan stapte hij de cel uit. 
De wilde
Kort daarvoor liepen vier bewakers krampachtig door de gang aan de andere kant van de gevangenis, met tussen hen in een gedetineerde. Twee van de bewakers liepen voor en twee bewakers achter. Elke bewaker trok stevig aan een uiteinde van een metalen ketting, waaraan de gedetineerde gekneveld was. Ze spanden zich zo intens in dat het zweet van hun voorhoofd droop. Van een afstand leek de man in het midden kalm, maar dit was verraderlijk. Op onverwachte momenten maakte hij katachtige bewegingen, waarbij hij zich van de kettingen en zijn bewakers probeerde te ontdoen. Deze hadden grote moeite hem in bedwang te houden. 'Hooo, rustig!' schreeuwden ze, als hij weer een ruk aan de kettingen gaf. Het leek alsof ze een steigerend paard probeerden te bedwingen. Eén van de achterste bewakers gaf regelmatig een stevige mep in zijn rug met een metalen knuppel.  
  Het was duidelijk dat de bewakers geen oogcontact met de gedetineerde durfden te maken. Ze wilden hem het liefste zo snel mogelijk afleveren en hem daarna weer uit hun gedachten verwijderen. De man had een masker over zijn neus en mond wat iets weg had van een muilkorf zoals bij valse honden wordt omgedaan. Een luid hijgen was over de hele gang te horen. Een kleine wolk stoom ontsnapte vanuit de muilkorf bij iedere uitademing. Zijn oranje overall was nat van het zweet en op zijn borst zat opgedroogd kwijl. Hij had waarschijnlijk lopen schuimbekken.  
  Bij iedere stap van de wilde klonk een luid knarsen. Dit was het geluid van metaal op de betonnen vloer. Wie goed keek zag dat de man geen voeten met gympen aan had, maar dat zijn benen metalen uiteinden hadden. Het waren een soort piraten poten die nog net onder zijn broekspijpen uitkwamen. Bij iedere stap die hij zette liet hij een kras achter in de betonnen vloer.  
  De bewakers waren opgelucht toen ze zonder kleerscheuren de isoleerafdeling hadden bereikt. Hier werden ze reeds opgewacht door de isoleerbewaarders, een speciale groep bewakers voor gevangenen van het ergste soort. De commandant had de leiding. Hij was een trotse oud-marinier die met zijn overwicht de orde handhaafde binnen de isoleerafdeling. Met een strak gezicht en zijn borst vooruit instrueerde hij zijn mannen over de nieuwe veroordeelde.  
  'Mannen, we hebben te maken met een code rood. Een uiterst gevaarlijk individu. Het gaat om een Zuid-Afrikaanse schutter, genaamd Pistorius. Het schijnt dat hij totaal geflipt is sinds hij in hechtenis zit. We houden ons strikt aan de voorschriften en smijten hem linea recta zijn cel in. Geweld is geoorloofd indien nodig.'  
  De specialisten namen het over van de vier bewakers. Ze werkten Pistorius hardhandig naar de grond, namen hem zijn muilkorf af, ontdeden hem van de kettingen, gaven hem nog een paar klappen en gooiden hem in de cel, waarna ze de deur vergrendelden. Er volgde een kort moment van stilte in de gang. Iedereen haalde even diep adem, opgelucht dat ze het er allemaal veilig vanaf hadden gebracht. De worsteling was voorbij.  
  Maar plotseling klonk vanuit de cel een oorverdovende kreet: 'Huuuuuuuu!', als van een monster rechtstreeks uit de hel. Het geluid bereikte alle isoleercellen en deed zelfs de gevaarlijkste opgesloten schurken de rillingen over de rug lopen. Er waren een paar snelle stappen te horen en daarna een enorme dreun tegen de deur. Gruis kwam van de muren naar beneden. Pistorius had geprobeerd zich door de deur heen te beuken.  
  Er klonken een paar rustige voetstappen vanuit de cel, gevolgd door een tweede helskreet. De wilde schraapte met zijn metalen benen over de grond, zoals een bizon doet voordat hij de aanval inzet. Hij maakte zich duidelijk op voor een nieuwe charge.  
  De commandant van de afdeling wenkte de rest om iets naar achter te stappen. Hij trok zijn overhemd wat omhoog waardoor een gordel met wapentuig zichtbaar werd. Aan zijn linkerzij zaten twee granaten bevestigd waarvan hij er eentje pakte.  
  'Valiumgas, hij zal lekker slapen vannacht,' zei de commandant met een valse grijns. Hij trok de pin eruit en gooide het projectiel door de opening van de deur waardoor men gewoonlijk het eten naar binnen schoof. Er klonk een doffe knal van de exploderende granaat, gevolgd door het sissende geluid van gas dat ontsnapte. Kort daarop hoorden de bewakers het lichaam van het slachtoffer in de cel in elkaar zakken.  
  'Zo, die is stil,' verzekerde de commandant de anderen. Hij wendde zich tot de bewakers.  
  'Heren, bedankt voor het afleveren van deze gevangene. Jullie kunnen gaan.'  
  De vier bewakers spoedden zich naar de uitgang van de afdeling. Eenmaal buiten konden ze opgelucht ademhalen, maar de angst was nog van hun gezicht af te lezen. Eén van hen droogde zijn voorhoofd af met een zakdoek en mompelde: 'Ik heb hier een slecht gevoel over. God verhoede dat deze demoon ooit uit zijn cel weet te komen.' 
------------------
Wil je dit verhaal verder lezen? Dan kun je het hieronder digitaal bestellen.